Lofprijzing: Over Gods eigenschappen

Bijbels onderwerp · 140 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 19:1 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

Psalmen 22:1-3 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar. 2Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens? 3Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte.

Psalmen 22:10 10Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.

Psalmen 22:22-23 22Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen. 23Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.

Psalmen 22:25-26 25Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep. 26Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.

Psalmen 24:5 5Die zal den zegen ontvangen van den HEERE, en gerechtigheid van den God zijns heils.

Psalmen 29:3 3De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren.

Psalmen 33:1-2 1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten. 2Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.

Psalmen 33:12 12Welgelukzalig is het volk, welks God de HEERE is; het volk, dat Hij Zich ten erve verkoren heeft.

Psalmen 47:1 1Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

Psalmen 47:5-9 5Hij verkiest voor ons onze erfenis, de heerlijkheid van Jakob, dien Hij heeft liefgehad. Sela. 6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin. 7Psalmzingt Gode, psalmzingt! Psalmzingt onzen Koning, psalmzingt! 8Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een onderwijzing! 9God regeert over de heidenen; God zit op den troon Zijner heiligheid. De edelen der volken zijn verzameld tot het volk van den God van Abraham; want de schilden der aarde zijn Godes. Hij is zeer verheven!

Psalmen 50:1-3 1Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang. 2Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende. 3Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.

Psalmen 50:6-7 6En de hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid; want God Zelf is Rechter. Sela. 7Hoort, Mijn volk! en Ik zal spreken; Israel! en Ik zal onder u betuigen; Ik, God, ben uw God.

Psalmen 50:14 14Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.

Psalmen 50:16 16Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?

Psalmen 50:22-23 22Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde. 23Wie dankoffert, die zal Mij eren; en wie zijn weg wel aanstelt, dien zal Ik Gods heil doen zien.

Psalmen 65:1 1Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester.

Psalmen 65:5 5Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis.

Psalmen 65:9 9En die op de einden wonen, vrezen voor Uw tekenen; Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.

Psalmen 66:1-3 1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde! 2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof. 3Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.

Psalmen 66:5 5Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.

Psalmen 66:8 8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

Psalmen 66:10 10Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;

Psalmen 66:16 16Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

Psalmen 66:19-20 19Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds. 20Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.

Psalmen 76:1 1Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

Psalmen 76:6 6De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.

Psalmen 76:9-11 9Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil, 10Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela. 11Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.

Psalmen 77:1 1Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

Psalmen 77:3 3Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.

Psalmen 77:9 9Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?

Psalmen 77:13-14 13En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken. 14O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?

Psalmen 77:16 16Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela.

Psalmen 92:1 1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.

Psalmen 92:13 13De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

Psalmen 95:3 3Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;

Psalmen 95:7 7Want Hij is onze God, en wij zijn het volk Zijner weide, en de schapen Zijner hand. Heden, zo gij Zijn stem hoort,

Psalmen 96:4-5 4Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden. 5Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

Psalmen 97:7 7Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!

Psalmen 97:9 9Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.

Meer teksten bij Lofprijzing: Over Gods eigenschappen

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →