Statenvertaling · God, de Koning der ganse aarde
2Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.
3Want de HEERE, de Allerhoogste, is vreselijk, een groot Koning over de ganse aarde.
4Hij brengt de volken onder ons, en de natien onder onze voeten.