Statenvertaling · Troost door herdenken
4Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.
5Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.
6Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren der eeuwen.
7Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:
8Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn?