Statenvertaling · God, de Redder en de Rechter
9Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,
10Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.
11Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.