Lofprijzing: Over Gods goedheid voor enkelingen

Bijbels onderwerp · 82 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 9:1-2 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben. 2Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.

Psalmen 9:11 11En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.

Psalmen 9:14 14Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;

Psalmen 9:17 17De HEERE is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela.

Psalmen 18:2-3 2Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte! 3De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.

Psalmen 18:6 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

Psalmen 18:21 21De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid, Hij gaf mij weder naar de reinigheid mijner handen.

Psalmen 18:28-32 28Want Gij verlost het bedrukte volk, maar de hoge ogen vernedert Gij. 29Want Gij doet mijn lamp lichten; de HEERE, mijn God, doet mijn duisternis opklaren. 30Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur. 31Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen. 32Want wie is God, behalve de HEERE? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?

Psalmen 18:46-47 46Vreemden zijn vervallen, en hebben gesidderd uit hun sloten. 47De HEERE leeft, en geloofd zij mijn Rotssteen, en verhoogd zij de God mijns heils!

Psalmen 18:49 49Die mij uithelpt van mijn vijanden; ja, Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man des gewelds.

Psalmen 22:1-3 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar. 2Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens? 3Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte.

Psalmen 22:10 10Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.

Psalmen 22:22-23 22Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen. 23Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.

Psalmen 22:25-26 25Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep. 26Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.

Psalmen 30:2 2Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

Psalmen 30:9 9Tot U, HEERE! riep ik, en ik smeekte tot den HEERE:

Psalmen 30:12 12Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.

Psalmen 40:3 3En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt.

Psalmen 40:5 5Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt, en niet omziet naar de hovaardigen, en die tot leugen afwijken.

Psalmen 40:8 8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.

Psalmen 40:17 17Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: De HEERE zij groot gemaakt! Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de HEERE denkt aan mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; o mijn God! vertoef niet.

Psalmen 75:1 1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

Psalmen 75:7 7Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;

Psalmen 75:9 9Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.

Psalmen 108:1 1Een lied, een psalm van David.

Psalmen 108:3 3Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.

Psalmen 108:5 5Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

Psalmen 108:7 7Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.

Psalmen 108:11 11Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

Psalmen 108:13 13Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid. In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.

Psalmen 116:5 5De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.

Psalmen 116:19 19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!

Psalmen 118:19 19Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den HEERE loven.

Psalmen 118:21 21Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

Psalmen 118:27-28 27De HEERE is God, Die ons licht gegeven heeft. Bindt het feest offer met touwen tot aan de hoornen van het altaar. 28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.

Psalmen 138:1-2 1Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen. 2Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.

Psalmen 138:4 4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.

Psalmen 144:2 2Mijn Goedertierenheid en mijn Burg, mijn Hoog Vertrek en mijn Bevrijder voor mij, mijn Schild, en op Wien ik mij betrouwe; Die mijn volk aan mij onderwerpt!

Psalmen 144:9 9O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit en het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.

Psalmen 144:15 15Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig is het volk, wiens God de HEERE is.

Meer teksten bij Lofprijzing: Over Gods goedheid voor enkelingen

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →