Psalmen 139:1-13

Statenvertaling · Here, Gij doorgrondt en kent mij

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.

2Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.

3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

4Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.

5Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

6De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.

7Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?

8Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.

9Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;

10Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.

11Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.

12Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.

13Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.

Lees heel Psalmen 139 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 139:1-13 in de interactieve Bijbel →