Psalmen 92:2-12

Statenvertaling · Gods rechtvaardig gericht

2Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!

3Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten;

4Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.

5Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.

6O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten.

7Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;

8Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.

9Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE!

10Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden.

11Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten.

12En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan.

Lees heel Psalmen 92 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 92:2-12 in de interactieve Bijbel →