Lofprijzing: Over Gods goedheid voor rechtvaardigen

Bijbels onderwerp · 46 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 23:3 3Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.

Psalmen 23:6 6Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.

Psalmen 34:1 1Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging.

Psalmen 34:15 15Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

Psalmen 34:17 17Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.

Psalmen 34:19 19Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.

Psalmen 34:21 21Schin. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.

Psalmen 36:1 1Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

Psalmen 36:6-7 6O HEERE! Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe. 7Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.

Psalmen 36:10 10Want bij U is de fontein des levens; in Uw licht zien wij het licht.

Psalmen 91:2 2Ik zal tot den HEERE zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! mijn God, op Welken ik vertrouw!

Psalmen 100:3-4 3Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide. 4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.

Psalmen 103:6 6De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen, die onderdrukt worden.

Psalmen 103:17 17Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;

Psalmen 107:8-9 8Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen. 9Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;

Psalmen 107:11 11Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.

Psalmen 107:15 15Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;

Psalmen 107:21 21Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

Psalmen 107:31-32 31Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen. 32En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.

Psalmen 107:42 42De oprechten zien het, en zijn verblijd, maar alle ongerechtigheid stopt haar mond.

Psalmen 117:1-2 1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien! 2Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!

Psalmen 23:1-2 1Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. 2Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.

Psalmen 23:4-5 4Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. 5Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.

Psalmen 34:2-14 2Aleph. Ik zal den HEERE loven te aller tijd; Zijn lof zal geduriglijk in mijn mond zijn. 3Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn. 4Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen. 5Daleth. Ik heb den HEERE gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered. 6He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden. 7Zain. Deze ellendige riep, en de HEERE hoorde; en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden. 8Cheth. De Engel des HEEREN legert Zich rondom degenen, die Hem vrezen, en rukt hen uit. 9Teth. Smaakt en ziet, dat de HEERE goed is; welgelukzalig is de man, die op Hem betrouwt. 10Jod. Vreest den HEERE, gij Zijn heiligen! want die Hem vrezen, hebben geen gebrek. 11Caph. De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed. 12Lamed. Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des HEEREN vreze leren. 13Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? 14Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.

Psalmen 34:16 16Ain. De ogen des HEEREN zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep.

Psalmen 34:18 18Tsade. Zij roepen, en de HEERE hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.

Psalmen 34:20 20Resch. Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE.

Psalmen 34:22 22Thau. De boosheid zal den goddeloze doden; en die den rechtvaardige haten, zullen schuldig verklaard worden. De HEERE verlost de ziel Zijner knechten; en allen, die op Hem betrouwen, zullen niet schuldig verklaard worden.

Psalmen 36:2-5 2De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen. 3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is. 4De woorden zijns monds zijn onrecht en bedrog; hij laat na te verstaan tot weldoen. 5Hij bedenkt onrecht op zijn leger; hij stelt zich op een weg, die niet goed is; het kwaad verwerpt hij niet.

Psalmen 36:8-9 8Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen. 9Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes; en Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten.

Psalmen 36:11-12 11Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart. 12De voet der hovaardigen kome niet over mij, en de hand der goddelozen doe mij niet omzwerven. Aldaar zijn de werkers der ongerechtigheid gevallen; zij zijn nedergestoten, en kunnen niet weder opstaan.

Psalmen 91:1 1Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.

Psalmen 91:3-16 3Want Hij zal u redden van den strik des vogelvangers, van de zeer verderfelijke pestilentie. 4Hij zal u dekken met Zijn vlerken, en onder Zijn vleugelen zult gij betrouwen; Zijn waarheid is een rondas en beukelaar. 5Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt; 6Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op den middag verwoest. 7Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tien duizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken. 8Alleenlijk zult gij het met uw ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien. 9Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek; 10U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen. 11Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. 12Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot. 13Op den fellen leeuw en de adder zult gij treden, gij zult den jongen leeuw en den draak vertreden. 14Dewijl hij Mij zeer bemint, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen; Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam. 15Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren; in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn. Ik zal er hem uittrekken, en zal hem verheerlijken. 16Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.

Psalmen 100:1-2 1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE. 2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.

Psalmen 100:5 5Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.

Psalmen 103:1-5 1Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam. 2Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; 3Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; 4Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden; 5Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.

Psalmen 103:7-16 7Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israels Zijn daden. 8Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. 9Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden. 10Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. 11Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen. 12Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons. 13Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen. 14Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn. 15De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. 16Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.

Psalmen 103:18-22 18Aan degenen, die Zijn verbond houden, en die aan Zijn bevelen denken, om die te doen. 19De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles. 20Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords. 21Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet! 22Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!

Psalmen 107:1-7 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 2Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft. 3En die Hij uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee. 4Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden; 5Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt. 6Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten; 7En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.

Psalmen 107:10 10Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;

Meer teksten bij Lofprijzing: Over Gods goedheid voor rechtvaardigen

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →