Psalmen 18:33-45

Statenvertaling · Danklied des konings

33Het is God, Die mij met kracht omgordt; en Hij heeft mijn weg volkomen gemaakt.

34Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en Hij stelt mij op mijn hoogten.

35Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.

36Ook hebt Gij mij het schild Uws heils gegeven, en Uw rechterhand heeft mij ondersteund, en Uw zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt.

37Gij hebt mijn voetstap ruim gemaakt onder mij, en mijn enkelen hebben niet gewankeld.

38Ik vervolgde mijn vijanden, en trof hen aan; en ik keerde niet weder, totdat ik hen verdaan had.

39Ik doorstak hen, dat zij niet weder konden opstaan; zij vielen onder mijn voeten.

40Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.

41En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.

42Zij riepen, maar er was geen verlosser; tot den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.

43Toen vergruisde ik hen als stof voor den wind; ik ruimde hen weg als slijk der straten.

44Gij hebt mij uitgeholpen van de twisten des volks; Gij hebt mij gesteld tot een hoofd der heidenen; het volk, dat ik niet kende, heeft mij gediend.

45Zo haast als hun oor van mij hoorde, hebben zij mij gehoorzaamd; vreemden hebben zich mij geveinsdelijk onderworpen.

Lees heel Psalmen 18 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 18:33-45 in de interactieve Bijbel →