Psalmen 36:1-3

Statenvertaling · Gods goedertierenheid tegenover de zonde

1Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

2De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.

3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

Lees heel Psalmen 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 36:1-3 in de interactieve Bijbel →