Goddelozen

Bijbels onderwerp · 141 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 13:13 13En de mannen van Sodom waren boos, en grote zondaars tegen den HEERE.

1 Samuel 12:25 25Maar indien gij voortaan kwaad doet, zo zult gijlieden, als ook uw koning, omkomen.

1 Samuel 24:13 13De HEERE zal richten tussen mij en tussen u, en de HEERE zal mij wreken aan u; maar mijn hand zal niet tegen u zijn.

Job 8:22 22Uw haters zullen met schaamte bekleed worden; en de tent der goddelozen zal niet meer zijn.

Job 10:15 15Zo ik goddeloos ben, wee mij! En ben ik rechtvaardig, ik zal mijn hoofd niet opheffen; ik ben zat van schande, maar aanzie mijn ellende.

Job 11:20 20Maar de ogen der goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing der ziel.

Job 15:20 20Te allen dage doet de goddeloze zichzelven weedom aan; en weinige jaren in getal zijn voor den tiran weggelegd.

Job 18:5 5Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.

Job 18:21 21Gewisselijk, zodanige zijn de woningen des verkeerden, en dit is de plaats desgenen die God niet kent.

Job 20:5 5Dat het gejuich de goddelozen van nabij geweest is, en de vreugde des huichelaars voor een ogenblik?

Job 20:22 22Als zijn genoegzaamheid zal vol zijn, zal hem bang zijn; alle hand des ellendigen zal over hem komen.

Job 20:29 29Dit is het deel des goddelozen mensen van God, en de erve zijner redenen van God.

Job 21:7 7Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen?

Job 21:16-17 16Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij. 17Hoe dikwijls geschiedt het, dat de lamp der goddelozen uitgeblust wordt, en hun verderf hun overkomt; dat God hun smarten uitdeelt in Zijn toorn!

Job 21:28 28Want gij zult zeggen: Waar is het huis van den prins, en waar is de tent van de woningen der goddelozen?

Job 21:30 30Dat de boze onttrokken wordt ten dage des verderfs; dat zij ten dage der verbolgenheden ontvoerd worden.

Job 24:6 6Op het veld maaien zij zijn voeder, en den wijnberg des goddelozen lezen zij af.

Job 27:13 13Dit is het deel des goddelozen mensen bij God, en de erve der tirannen, die zij van den Almachtige ontvangen zullen.

Job 31:3 3Is niet het verderf voor den verkeerde, ja, wat vreemds voor de werkers der ongerechtigheid?

Job 36:17 17Maar gij hebt het gericht des goddelozen vervuld; het gericht en het recht houden u vast.

Psalmen 7:11 11Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.

Psalmen 9:5 5Want Gij hebt mijn recht en mijn rechtszaak afgedaan; Gij hebt gezeten op den troon, o Rechter, der gerechtigheid.

Psalmen 9:17 17De HEERE is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela.

Psalmen 10:4 4De goddeloze, gelijk hij zijn neus omhoog steekt, onderzoekt niet; al zijn gedachten zijn, dat er geen God is.

Psalmen 10:15 15Breek den arm des goddelozen en bozen. zoek zijn goddeloosheid, totdat Gij haar niet vindt.

Psalmen 11:5-6 5De HEERE proeft den rechtvaardige; maar den goddeloze, en dien, die geweld liefheeft, haat Zijn ziel. 6Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn.

Psalmen 32:10 10De goddeloze heeft veel smarten, maar die op den HEERE vertrouwt, dien zal de goedertierenheid omringen.

Psalmen 34:21 21Schin. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.

Psalmen 36:1 1Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

Psalmen 37:10 10Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

Psalmen 37:12 12Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.

Psalmen 37:14 14Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn.

Psalmen 37:16-17 16Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. 17Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

Psalmen 37:20-21 20Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen. 21Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.

Psalmen 37:34-35 34Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid. 35Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvende goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.

Psalmen 37:38 38Maar de overtreders worden te zamen verdelgd. het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.

Psalmen 50:16 16Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?

Psalmen 58:3 3Ja, gij werkt ongerechtigheden in het hart; gij weegt het geweld uwer handen op de aarde.

Psalmen 59:5 5Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie.

Psalmen 68:2 2God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.

Meer teksten bij Goddelozen

Onderwerpen onder Goddelozen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →