Spreuken 6:6-11

Statenvertaling · Verschillende waarschuwingen

6Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;

7Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende,

8Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.

9Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?

10Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;

11Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.

Lees heel Spreuken 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 6:6-11 in de interactieve Bijbel →