Spreuken 5:8-13

Statenvertaling · Waarschuwing tegen de vreemde vrouw

8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

9Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;

10Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;

11En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;

12En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!

13En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!

Lees heel Spreuken 5 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 5:8-13 in de interactieve Bijbel →