Bijbels onderwerp · 164 Bijbelteksten · Statenvertaling
Job 12:2 2Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!
Job 12:12-13 12In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand. 13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.
Job 12:16 16Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen.
Job 28:12 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?
Job 28:18 18De Ramoth en Gabisch zal niet gedacht worden; want de trek der wijsheid is meerder dan der Robijnen.
Job 28:20 20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?
Job 28:28 28Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.
Psalmen 111:10 10Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.
Spreuken 1:7 7De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Spreuken 2:2 2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
Spreuken 2:6-7 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand. 7Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen;
Spreuken 2:10 10Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
Spreuken 3:13 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!
Spreuken 3:19 19De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid.
Spreuken 3:21 21Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.
Spreuken 4:5 5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.
Spreuken 4:7 7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.
Spreuken 4:11 11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.
Spreuken 7:4 4Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;
Spreuken 8:1 1Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?
Spreuken 8:5 5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.
Spreuken 8:11-12 11Want wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken. 12Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid.
Spreuken 8:14 14Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.
Spreuken 9:1 1De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen.
Spreuken 9:10 10De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.
Spreuken 10:13 13In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.
Spreuken 10:21 21De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.
Spreuken 10:23 23Het is voor den zot als spel, schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.
Spreuken 11:12 12Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.
Spreuken 12:8 8Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.
Spreuken 14:6 6De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.
Spreuken 14:8 8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.
Spreuken 14:33 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.
Spreuken 15:33 33De vreze des HEEREN is de tucht der wijsheid; en de nederigheid gaat voor de eer.
Spreuken 16:16 16Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud, en uitnemender, verstand te bekomen, dan zilver!
Spreuken 17:24 24In het aangezicht des verstandigen is wijsheid; maar de ogen des zots zijn in het einde der aarde.
Spreuken 19:8 8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.
Spreuken 23:23 23Koop de waarheid, en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand.
Spreuken 24:14 14Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
Spreuken 29:3 3Een man, die de wijsheid bemint, verblijdt zijn vader; maar die een metgezel der hoeren is, brengt het goed door.