Spreuken 4:1-13

Statenvertaling · Vermaning tot wijsheid

1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

2Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet.

3Want ik was mijns vaders zoon, teder, en een enige voor het aangezicht mijner moeder.

4Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.

5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.

8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

9Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren.

10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.

13Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.

Lees heel Spreuken 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 4:1-13 in de interactieve Bijbel →