Kinderen: Geboden aan

Bijbels onderwerp · 37 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 148:12 12Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!

Spreuken 3:1 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

Spreuken 4:1 1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

Spreuken 4:4 4Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.

Spreuken 6:20 20Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

Spreuken 6:23 23Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

Spreuken 8:32 32Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.

Marcus 10:19 19Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.

Lucas 18:20 20Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder.

Efeziërs 6:1-2 1Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht. 2Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte),

Kolossenzen 3:20 20Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehagelijk.

Exodus 20:12 12Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.

Leviticus 19:3 3Want ieder zal zijn moeder en zijn vader vrezen, en Mijn sabbatten houden; Ik ben de HEERE, uw God!

Leviticus 19:32 32Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de HEERE!

Deuteronomium 5:16 16Eert uw vader, en uw moeder, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden, en opdat het u welga in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.

Psalmen 119:9 9Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.

Psalmen 148:13 13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.

Spreuken 1:8-9 8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet; 9Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals.

Spreuken 3:2-3 2Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen. 3Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten.

Spreuken 4:2-3 2Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet. 3Want ik was mijns vaders zoon, teder, en een enige voor het aangezicht mijner moeder.

Spreuken 4:10-11 10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden. 11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

Spreuken 4:20-22 20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen. 21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten. 22Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.

Spreuken 5:1-2 1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand; 2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

Spreuken 6:21-22 21Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals. 22Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.

Spreuken 6:24-25 24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong. 25Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

Spreuken 8:33 33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

Spreuken 23:22 22Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.

Spreuken 23:26 26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

Spreuken 27:11 11Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.

Prediker 12:1 1En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.

Klaagliederen 3:27 27Teth. Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijn jeugd draagt.

Mattheüs 15:4 4Want God heeft geboden, zeggende: Eert uwen vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt, die zal de dood sterven.

Mattheüs 19:19 19Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

Efeziërs 6:3 3Opdat het u welga, en dat gij lang leeft op de aarde.

1 Timotheüs 4:12 12Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid.

2 Timotheüs 2:22 22Maar vlied de begeerlijkheden der jonkheid; en jaag naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, met degenen, die den Heere aanroepen uit een rein hart.

Titus 2:6 6Vermaan den jonge mannen insgelijks, dat zij matig zijn.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →