Spreuken 14:1-12

Statenvertaling · Wijsheid bouwt het huis, dwaasheid breekt het af

1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.

2Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.

3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.

4Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel.

5Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.

6De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.

7Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.

8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

9Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.

10Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.

11Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.

12Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

Lees heel Spreuken 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 14:1-12 in de interactieve Bijbel →