Psalmen 6:1-7

Statenvertaling · Gebed in doodsgevaar

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth, op de Scheminith.

2O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!

3Wees mij genadig, HEERE, want ik ben verzwakt; genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt.

4Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?

5Keer weder, HEERE, red mijn ziel; verlos mij, om Uwer goedertierenheid wil.

6Want in de dood is Uwer geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?

7Ik ben moede van mijn zuchten; ik doe mijn bed den gansen nacht zwemmen; ik doornat mijn bedstede met mijn tranen.

Lees heel Psalmen 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 6:1-7 in de interactieve Bijbel →