Bijbels onderwerp · 11 Bijbelteksten · Statenvertaling
Job 16:20 20Mijn vrienden zijn mijn bespotters; doch mijn oog druipt tot God.
Psalmen 6:6 6Want in de dood is Uwer geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?
Psalmen 39:12 12Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.
Psalmen 42:3 3Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?
Psalmen 56:8 8Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de volken neder in toorn, o God!
Psalmen 80:5 5O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?
Psalmen 126:5 5Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
Jesaja 25:8 8Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken.
Jesaja 38:5 5Ga henen, en zeg tot Hizkia: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal vijftien jaren tot uw dagen toedoen;
Openbaring 7:17 17Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.
Openbaring 21:4 4En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.