Psalmen 41:5-9

Statenvertaling · Gebed om genezing

5Ik zeide: O HEERE! wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.

6Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?

7En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.

8Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:

9Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.

Lees heel Psalmen 41 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 41:5-9 in de interactieve Bijbel →