Van achteren steken

Bijbels onderwerp · 19 Bijbelteksten · Statenvertaling

2 Samuel 3:27 27Als nu Abner weder te Hebron kwam, zo leidde Joab hem ter zijde af in het midden der poort, om in de stilte met hem te spreken; en hij sloeg hem aldaar aan de vijfde, dat hij stierf, om des bloeds wil van zijn broeder Asahel.

Psalmen 41:9 9Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.

Psalmen 55:12 12Enkel verderving is binnen in haar; en list en bedrog wijkt niet van haar straat.

Psalmen 110:1 1Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.

Spreuken 16:28 28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

Spreuken 19:5 5Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.

Spreuken 23:6-8 6Eet het brood niet desgenen, die boos is van oog, en wees niet belust op zijn smakelijke spijzen; 7Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u; 8Uw bete, die gij gegeten hebt, zoudt gij uitspuwen; en gij zoudt uw liefelijke woorden verderven.

Spreuken 25:18 18Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.

Spreuken 26:24 24Die haat draagt, gelaat zich vreemd met zijn lippen; maar in zijn binnenste stelt hij bedrog aan.

Spreuken 27:6 6De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden.

Jeremia 9:4 4Wacht u, een iegelijk van zijn vriend, en vertrouwt niet op enigen broeder; want elk broeder doet niet dan bedriegen, en elk vriend wandelt in achterklap.

Micha 7:5 5Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.

Mattheüs 5:44 44Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;

Mattheüs 26:14 14Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters,

Lucas 22:47 47En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.

Johannes 13:18 18Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.

2 Korintiërs 4:16 16Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag.

Efeziërs 4:26 26Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid;

1 Petrus 2:1 1Zo legt dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en geveinsdheid, en nijdigheid, en alle achterklappingen;

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →