Bijbels onderwerp · 35 Bijbelteksten · Statenvertaling
Deuteronomium 31:21 21En het zal geschieden, wanneer vele kwaden en benauwdheden hetzelve zullen treffen, dan zal dit lied voor zijn aangezicht antwoorden tot getuige; want het zal uit den mond zijns zaads niet vergeten worden; dewijl Ik weet zijn gedichtsel dat het heden maakt, aleer Ik het inbreng in het land, dat Ik gezworen heb.
1 Samuel 16:7 7Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.
2 Samuel 7:20 20En wat zal David nog meer tot U spreken? Want Gij kent Uw knecht, Heere HEERE!
1 Koningen 8:39 39Hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen;
1 Kronieken 28:9 9En gij, mijn zoon Salomo, ken den God uws vaders, en dien Hem met een volkomen hart en met een willige ziel; want de HEERE doorzoekt alle harten, en Hij verstaat al het gedichtsel der gedachten; indien gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar indien gij Hem verlaat, Hij zal u tot in eeuwigheid verstoten.
Job 11:11 11Want Hij kent de ijdele lieden en Hij ziet de ondeugd; zou Hij dan niet aanmerken?
Psalmen 1:6 6Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.
Psalmen 44:21 21Zo wij den Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid.
Psalmen 51:10 10Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.
Psalmen 94:11 11De HEERE weet de gedachten des mensen, dat zij ijdelheid zijn.
Psalmen 139:1-2 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij. 2Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
Psalmen 139:4 4Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.
Psalmen 139:6 6De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.
Spreuken 21:2 2Alle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.
Jesaja 66:18 18Hun werken en hun gedachten! Het komt, dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen, en zij zullen komen, en zij zullen Mijn heerlijkheid zien.
Jeremia 12:3 3Maar Gij, o HEERE! kent mij, Gij ziet mij, en proeft mijn hart, dat het met U is. Ruk ze uit als schapen ter slachting, en heilig ze tot den dag der doding.
Jeremia 17:10 10Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.
Ezechiël 11:5 5Zo viel dan de Geest des HEEREN op mij, en Hij zeide tot mij: Zeg: Zo zegt de HEERE: Alzo zegt gijlieden o huis Israels! want Ik weet elkeen der dingen, die in uw geest opklimmen.
Ezechiël 11:19-21 19En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven; 20Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. 21Maar welker hart het hart hunner verfoeiselen en hunner gruwelen nawandelt, derzelver weg zal Ik op hun hoofd geven, spreekt de Heere HEERE.
Ezechiël 36:26 26En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.
Lucas 16:15 15En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die uzelven rechtvaardigt voor de mensen; maar God kent uw harten; want dat hoog is onder de mensen, is een gruwel voor God.
Handelingen 1:24 24En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt;
Handelingen 15:8 8En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons;
Romeinen 8:27 27En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.
1 Korintiërs 3:20 20En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.
Hebreeën 4:12 12Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.
Openbaring 2:23 23En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken.
Job 16:19 19Ook nu, zie, in den hemel is mijn Getuige, en mijn Getuige in de hoogten.
Job 31:4 4Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?
Psalmen 139:3 3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.
Psalmen 139:5 5Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.
Psalmen 139:7-12 7Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht? 8Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar. 9Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee; 10Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden. 11Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij. 12Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.
Spreuken 5:21 21Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.
Spreuken 16:2 2Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten.
Ezechiël 36:25 25Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.