Job 3:1-4

Statenvertaling · Jobs bittere klacht

1Daarna opende Job zijn mond, en vervloekte zijn dag.

2Want Job antwoordde en zeide:

3De dag verga, waarin ik geboren ben, en de nacht, waarin men zeide: Een knechtje is ontvangen;

4Diezelve dag zij duisternis; dat God naar hem niet vrage van boven; en dat geen glans over hem schijne;

Lees heel Job 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 3:1-4 in de interactieve Bijbel →