Spreuken 11:2-13

Statenvertaling · Rechtvaardigheid richt, goddeloosheid verderft

2Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.

3De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen.

4Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood.

5De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.

6De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid.

7Als de goddeloze mens sterft, vergaat zijn verwachting; zelfs is de allersterkste hoop vergaan.

8De rechtvaardige wordt uit benauwdheid bevrijd; en de goddeloze komt in zijn plaats.

9De huichelaar verderft zijn naaste door den mond; maar door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd.

10Een stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen; en als de goddelozen vergaan, is er gejuich.

11Door den zegen der oprechten wordt een stad verheven; maar door den mond der goddelozen wordt zij verbroken.

12Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.

13Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.

Lees heel Spreuken 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 11:2-13 in de interactieve Bijbel →