Spreken: Wijsheid in

Bijbels onderwerp · 71 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 37:30 30Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.

Spreuken 10:13 13In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.

Spreuken 10:21 21De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.

Spreuken 10:31 31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

Spreuken 11:12 12Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.

Spreuken 18:4 4De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.

Spreuken 31:26 26Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.

Jakobus 3:13 13Wie is wijs en verstandig onder u? die bewijze uit zijn goeden wandel zijn werken in zachtmoedige wijsheid.

Job 16:5 5Ik zou u versterken met mijn mond, en de beweging mijner lippen zou zich inhouden.

Job 27:4 4Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!

Psalmen 15:1-3 1Een psalm van David. HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid? 2Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt; 3Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezellen geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste;

Psalmen 39:1 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.

Psalmen 50:23 23Wie dankoffert, die zal Mij eren; en wie zijn weg wel aanstelt, dien zal Ik Gods heil doen zien.

Psalmen 77:12 12Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

Psalmen 119:13 13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

Psalmen 119:27 27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

Psalmen 119:54 54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

Psalmen 119:172 172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

Psalmen 141:3 3HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

Psalmen 145:5-7 5He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden. 6Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen. 7Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.

Psalmen 145:11-12 11Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken. 12Lamed. Om de mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.

Spreuken 10:11 11De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.

Spreuken 10:19-20 19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig. 20De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.

Spreuken 10:32 32De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.

Spreuken 11:13-14 13Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak. 14Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.

Spreuken 12:6 6De woorden der goddelozen zijn om op bloed te loeren; maar de mond der oprechten zal ze redden.

Spreuken 12:14 14Een ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.

Spreuken 12:16-20 16De toorn des dwazen wordt ten zelven dage bekend; maar die kloekzinnig is, bedekt de schande. 17Die waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog. 18Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn. 19Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik. 20Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.

Spreuken 12:23 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

Spreuken 13:2-3 2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld. 3Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.

Spreuken 14:3 3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.

Spreuken 15:1-2 1Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen. 2De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

Spreuken 15:4 4De medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in den geest.

Spreuken 15:7 7De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.

Spreuken 15:23 23Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd!

Spreuken 15:26 26Des bozen gedachten zijn den HEERE een gruwel; maar der reinen zijn liefelijke redenen.

Spreuken 15:28 28Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten.

Spreuken 16:21-24 21De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen. 22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid. 23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen. 24Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.

Spreuken 17:7 7Een voortreffelijke lip past een dwaze niet, veelmin een prins een leugenachtige lip.

Spreuken 17:27-28 27Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest. 28Een dwaas zelfs, die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig.

Meer teksten bij Spreken: Wijsheid in

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →