Romeinen 3:12-17

Statenvertaling · De Joodse voorrechten en Gods trouw

12Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

13Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.

14Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;

15Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;

16Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;

17En den weg des vredes hebben zij niet gekend.

Lees heel Romeinen 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Romeinen 3:12-17 in de interactieve Bijbel →