Bijbels onderwerp · 10 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 49:17 17Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle.
Psalmen 58:4 4De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.
Psalmen 91:13 13Op den fellen leeuw en de adder zult gij treden, gij zult den jongen leeuw en den draak vertreden.
Psalmen 140:3 3Die veel kwaads in het hart denken, allen dag samenkomen om te oorlogen.
Spreuken 23:32 32In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.
Deuteronomium 32:33 33Hun wijn is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergift.
Job 20:14 14Zijn spijze zal in zijn ingewand veranderd worden; gal der adderen zal zij in het binnenste van hem zijn.
Job 20:16 16Het vergif der adderen zal hij zuigen; de tong der slang zal hem doden.
Jesaja 11:8 8En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van den basilisk.
Romeinen 3:13 13Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.