Romeinen 3:10-18

Statenvertaling · De Joodse voorrechten en Gods trouw

10Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een;

11Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.

12Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

13Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.

14Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;

15Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;

16Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;

17En den weg des vredes hebben zij niet gekend.

18Er is geen vreze Gods voor hun ogen.

Lees heel Romeinen 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Romeinen 3:10-18 in de interactieve Bijbel →