Psalmen 36:2-5

Statenvertaling · Gods goedertierenheid tegenover de zonde

2De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.

3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

4De woorden zijns monds zijn onrecht en bedrog; hij laat na te verstaan tot weldoen.

5Hij bedenkt onrecht op zijn leger; hij stelt zich op een weg, die niet goed is; het kwaad verwerpt hij niet.

Lees heel Psalmen 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 36:2-5 in de interactieve Bijbel →