Psalmen 36:2-4

Statenvertaling · Gods goedertierenheid tegenover de zonde

2De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.

3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

4De woorden zijns monds zijn onrecht en bedrog; hij laat na te verstaan tot weldoen.

Lees heel Psalmen 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 36:2-4 in de interactieve Bijbel →