Statenvertaling · Betuiging van onschuld
3Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.
4Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om.
5Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.
6Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE!