Bijbels onderwerp · 30 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 39:9 9Niemand is groter in dit huis dan ik, en hij heeft voor mij niets onthouden, dan u, daarin dat gij zijn huisvrouw zijt; hoe zoude ik dan dit een zo groot kwaad doen, en zondigen tegen God!
Jeremia 9:2 2Och, dat ik in de woestijn een herberg der wandelaars had, zo zou ik mijn volk verlaten, en van hen trekken; want zij zijn allen overspelers, een trouweloze hoop.
Romeinen 7:23 23Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.
2 Petrus 2:8 8(Want deze rechtvaardige man, wonende onder hen, heeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en horen van hun ongerechtige werken);
Genesis 39:7-8 7En het geschiedde na deze dingen, dat de huisvrouw zijns heren haar ogen op Jozef wierp; en zij zeide: lig bij mij! 8Maar hij weigerde het, en zeide tot de huisvrouw zijns heren: Zie, mijn heer heeft geen kennis met mij, wat er in het huis is; en al wat hij heeft, dat heeft hij in mijn hand gegeven.
Deuteronomium 7:26 26Gij zult dan den gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk verfoeien, en te enenmaal een gruwel daarvan hebben, want het is een ban.
Job 1:1 1Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.
Job 21:16 16Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.
Job 22:18 18Hij had immers hun huizen met goed gevuld; daarom is de raad der goddelozen verre van mij.
Psalmen 26:5 5Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.
Psalmen 26:9 9Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;
Psalmen 84:10 10O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden.
Psalmen 101:3-4 3Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven. 4Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.
Psalmen 101:7 7Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugenen spreekt, zal voor mijn ogen niet bevestigd worden.
Psalmen 119:104 104Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.
Psalmen 119:113 113Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.
Psalmen 119:128 128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
Psalmen 119:163 163Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
Psalmen 120:2 2O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.
Psalmen 120:5-7 5O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone. 6Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten. 7Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.
Psalmen 139:19-22 19O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij! 20Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen. 21Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan? 22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
Spreuken 18:13 13Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.
Spreuken 29:27 27Een ongerechtig man is den rechtvaardige een gruwel; maar die recht is van weg, is den goddeloze een gruwel.
Romeinen 7:15 15Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.
Romeinen 7:19 19Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
Romeinen 7:24 24Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
2 Petrus 2:7 7En den rechtvaardigen Lot, die vermoeid was van den ontuchtigen wandel der gruwelijken mensen, daaruit verlost heeft;
Judas 1:1 1Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard:
Judas 1:23 23Maar behoudt anderen door vreze, en grijpt ze uit het vuur; en haat ook den rok, die van het vlees bevlekt is.
Openbaring 2:2 2Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die uitgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden;