Wassen: Van de handen, een teken van onschuld

Bijbels onderwerp · 4 Bijbelteksten · Statenvertaling

Deuteronomium 21:6 6En alle oudsten derzelver stad, die naast aan den verslagene zijn, zullen hun handen wassen over deze jonge koe, die in dat dal de nek doorgehouwen is;

Psalmen 26:6 6Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE!

Psalmen 73:13 13Immers heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen.

Mattheüs 27:24 24Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →