Psalmen 144:1-8

Statenvertaling · Gebed om welvaart

1Een psalm van David. Gezegend zij de HEERE, mijn Rotssteen, Die mijn handen onderwijst ten strijde, mijn vingeren ten oorlog;

2Mijn Goedertierenheid en mijn Burg, mijn Hoog Vertrek en mijn Bevrijder voor mij, mijn Schild, en op Wien ik mij betrouwe; Die mijn volk aan mij onderwerpt!

3O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?

4De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.

5Neig Uw hemelen, HEERE! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken.

6Bliksem bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe hen.

7Steek Uw handen van de hoogte uit; ontzet mij, en ruk mij uit de grote wateren, uit de hand der vreemden;

8Welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid.

Lees heel Psalmen 144 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 144:1-8 in de interactieve Bijbel →