Psalmen 104:20-25

Statenvertaling · Des Heren heerlijkheid in de schepping

20Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt:

21De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.

22De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.

23De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe.

24Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.

25Deze zee, die groot en wijd van ruimte is, daarin is het wriemelende gedierte, en dat zonder getal, kleine gedierten met grote.

Lees heel Psalmen 104 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 104:20-25 in de interactieve Bijbel →