Numeri 7:85-87

Statenvertaling · De offergaven bij de inwijding van de tabernakel

85Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

86Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.

87Al de runderen ten brandoffer waren twaalf varren, twaalf rammen, twaalf eenjarige lammeren, met hun spijsoffer; en twaalf geitenbokken ten zondoffer.

Lees heel Numeri 7 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Numeri 7:85-87 in de interactieve Bijbel →