Bijbels onderwerp · 18 Bijbelteksten · Statenvertaling
Exodus 25:29 29Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.
Numeri 4:7 7Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.
Numeri 7:14 14Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:20 20En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:26 26Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:32 32Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:38 38Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:44 44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:50 50Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:56 56Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:62 62Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:68 68Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:74 74Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:80 80Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:84 84Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israel, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen.
Numeri 7:86 86Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.
1 Koningen 7:50 50Mitsgaders de schalen, en de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; daartoe de herren der deuren van het binnenste huis, van het heilige der heiligen, en der deuren van het huis des tempels, van goud.
2 Kronieken 4:22 22Mitsgaders de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; aangaande den ingang van het huis, zijn binnenste deuren, van het heilige der heiligen, en de deuren van het huis des tempels waren van goud.