Bijbels onderwerp · 31 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 24:22 22En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
Exodus 30:23 23Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;
Numeri 7:14 14Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:20 20En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:25-26 25Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 26Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:31-32 31Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 32Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:37-38 37Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 38Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:43-44 43Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:49-50 49Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 50Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:55-56 55Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 56Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:61-62 61Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 62Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:67-68 67Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 68Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:73-74 73Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 74Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:79-80 79Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 80Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;
Numeri 7:85-86 85Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms. 86Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.
Jozua 7:21 21Want ik zag onder den roof een schoon sierlijk Babylonisch overkleed, en tweehonderd sikkelen zilvers, en een gouden tong, welker gewicht was vijftig sikkelen; en ik kreeg lust daartoe, en ik nam ze; en zie, zij zijn verborgen in de aarde, in het midden mijner tent, en het zilver daaronder.
1 Samuel 17:7 7En de schacht zijner spies was als een weversboom, en het lemmer zijner spies was van zeshonderd sikkelen ijzers; en de schilddrager ging voor zijn aangezicht.
2 Samuel 14:26 26En als hij zijn hoofd beschoor, (nu geschiedde het ten einde van elk jaar, dat hij het beschoor, omdat het hem te zwaar was, zo beschoor hij het), zo woog het haar zijns hoofds tweehonderd sikkelen, naar des konings gewicht.
1 Koningen 10:16 16Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.
Ezechiël 4:10 10Uw spijze nu, die gij eten zult, zal in gewicht zijn twintig sikkelen daags; van tijd tot tijd zult gij die eten.
Numeri 7:21-24 21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 22Een geitenbok, ten zondoffer; 23En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar. 24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.
Numeri 7:27-30 27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 28Een geitenbok, ten zondoffer; 29En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eliab, den zoon van Helon. 30Op den vierden dag offerde de overste der kinderen van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.
Numeri 7:33-36 33Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 34Een geitenbok, ten zondoffer; 35En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elizur, den zoon van Sedeur. 36Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
Numeri 7:39-42 39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 40Een geitenbok, ten zondoffer; 41En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai. 42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.
Numeri 7:45-48 45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 46Een geitenbok, ten zondoffer; 47En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel. 48Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud.
Numeri 7:51-54 51Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 52Een geitenbok, ten zondoffer; 53En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud. 54Op den achtsten dag offerde de overste der kinderen van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.
Numeri 7:57-60 57Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 58Een geitenbok, ten zondoffer; 59En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Gamaliel, den zoon van Pedazur. 60Op den negenden dag offerde de overste der kinderen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.
Numeri 7:63-66 63Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 64Een geitenbok, ten zondoffer; 65En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Abidan, den zoon van Gideoni. 66Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.
Numeri 7:69-72 69Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 70Een geitenbok, ten zondoffer; 71En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahiezer, den zoon van Ammisaddai. 72Op den elfden dag offerde de overste der kinderen van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.
Numeri 7:75-78 75Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 76Een geitenbok, ten zondoffer; 77En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Pagiel, den zoon van Ochran. 78Op den twaalfden dag offerde de overste der kinderen van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.
Numeri 7:81-84 81Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 82Een geitenbok, ten zondoffer; 83En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahira, den zoon van Enan. 84Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israel, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen.