Mattheüs 23:16-24

Statenvertaling · Rede tegen de schriftgeleerden en Farizeeën

16Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig.

17Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt?

18En zo wie gezworen zal hebben bij het altaar, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij de gave, die daarop is, die is schuldig.

19Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, de gave, of het altaar, dat de gave heiligt?

20Daarom wie zweert bij het altaar, die zweert bij hetzelve, en bij al wat daarop is.

21En wie zweert bij den tempel, die zweert bij denzelven, en bij Dien, Die daarin woont.

22En wie zweert bij den hemel, die zweert bij den troon Gods, en bij Dien, Die daarop zit.

23Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.

24Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt.

Lees heel Mattheüs 23 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 23:16-24 in de interactieve Bijbel →