Statenvertaling · Rede tegen de schriftgeleerden en Farizeeën
16Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig.
17Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt?