Statenvertaling · Des Heren tweede antwoord: de Behemot
1En de HEERE antwoordde Job, en zeide:
2Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop.
3Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:
4Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.
5Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren.