Job 39:28-30

Statenvertaling · Des Heren eerste antwoord: de dieren der wildernis

28Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats.

29Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af.

30Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij.

Lees heel Job 39 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 39:28-30 in de interactieve Bijbel →