Job 15:1-13

Statenvertaling · Elifaz’ tweede rede: de goddeloze gaat te gronde

1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

2Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind?

3Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

4Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

5Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

6Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

7Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

10Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.

11Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

Lees heel Job 15 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 15:1-13 in de interactieve Bijbel →