Statenvertaling · Jobs antwoord aan Sofar: ik leg mijn zaak aan God voor
4Want gewisselijk, gij zijt leugenstoffeerders; gij allen zijt nietige medicijnmeesters.
5Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.
6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.
7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?
8Zult gij Zijn aangezicht aannemen? Zult gij voor God twisten?
9Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken? Zult gij met Hem spotten, gelijk men met een mens spot?
10Hij zal u gewisselijk bestraffen, zo gij in het verborgene het aangezicht aanneemt.
11Zal u niet Zijn hoogheid verschrikken, en Zijn vreze over u vallen?
12Uw gedachtenissen zijn gelijk as, uw hoogten als hoogten van leem.
13Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij.