Bijbels onderwerp · 23 Bijbelteksten · Statenvertaling
Spreuken 18:13 13Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.
Spreuken 26:4 4Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.
Job 13:5 5Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.
Job 16:3-4 3Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt? 4Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhopen, en zou ik over u met mijn hoofd schudden?
Job 38:2 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?
Spreuken 10:14 14De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
Spreuken 12:23 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.
Spreuken 13:3 3Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.
Spreuken 14:3 3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.
Spreuken 15:2 2De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.
Spreuken 15:7 7De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.
Spreuken 15:14 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.
Spreuken 18:6-7 6De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen. 7De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.
Spreuken 26:7 7Hef de benen van den kreupele op; alzo is een spreuk in den mond der zotten.
Spreuken 26:9 9Gelijk een doorn gaat in de hand eens dronkaards, alzo is een spreuk in den mond der zotten.
Spreuken 29:11 11Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.
Spreuken 29:20 20Hebt gij een man gezien, die haastig in zijn woorden is? Van een zot is meer verwachting dan van hem.
Spreuken 30:10 10Achterklap niet van den knecht bij zijn heer, opdat hij u niet vloeke, en gij schuldig wordt.
Prediker 5:3 3Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de stem des zots door de veelheid der woorden.
Prediker 5:7 7Want gelijk in de veelheid der dromen ijdelheden zijn, alzo in veel woorden; maar vrees gij God!
Prediker 10:13-14 13Het begin der woorden zijns monds is dwaasheid, en het einde zijns monds is boze dolligheid. 14De dwaas maakt wel veel woorden; maar de mens weet niet, wat het zij, dat geschieden zal; en wat na hem geschieden zal, wie zal het hem te kennen geven?
Mattheüs 12:36-37 36Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels. 37Want uit uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en uit uw woorden zult gij veroordeeld worden.
Efeziërs 5:4 4Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen; maar veelmeer dankzegging.