Genesis 10:9-24

Statenvertaling · De volkenlijst

9Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.

10En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.

11Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.

12En Resen, tussen Nineve en tussen Kalach; deze is die grote stad.

13En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

14En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.

15En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,

16En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,

17En de Hivviet, en de Arkiet, en de Siniet,

18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

19En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.

20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

24En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

Lees heel Genesis 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 10:9-24 in de interactieve Bijbel →