Bijbels onderwerp · 12 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 10:21 21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
Genesis 10:24-25 24En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber. 25En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.
Genesis 11:14 14En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber.
Numeri 24:24 24En de schepen van den oever der Chitteers, die zullen Assur plagen, zij zullen ook Heber plagen; en hij zal ook ten verderve zijn.
1 Kronieken 1:19 19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.
1 Kronieken 1:25 25Heber, Peleg, Rehu,
1 Kronieken 5:13 13Hun broeders nu, naar hun vaderlijke huizen, waren Michael, en Mesullam, en Seba, en Jorai, en Jachan, en Zia, en Heber: zeven.
1 Kronieken 8:12 12De kinderen van Elpaal nu waren Eber, en Misam, en Semed; deze heeft Ono gebouwd, en Lod en haar onderhorige plaatsen;
1 Kronieken 8:22 22En Jispan, en Eber, en Eliel,
Nehemia 12:20 20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;
Lucas 3:35 35Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,
Genesis 10:22-23 22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram. 23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.