2 Tessalonicenzen 3:9-13

Statenvertaling · Bidden en werken – Groet

9Niet, dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot een voorbeeld, om ons na te volgen.

10Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.

11Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende.

12Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende, hun eigen brood eten.

13En gij, broeders, vertraagt niet in goed te doen.

Lees heel 2 Tessalonicenzen 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Tessalonicenzen 3:9-13 in de interactieve Bijbel →