Zakelijke praktijken

Bijbels onderwerp · 16 Bijbelteksten · Statenvertaling

Spreuken 22:29 29Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.

Leviticus 25:14 14Daarom, wanneer gij aan uw naaste wat veilbaars verkopen, of uit de hand uws naasten kopen zult, dat niemand de een den ander verdrukke.

Deuteronomium 8:18 18Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.

Spreuken 6:16 16Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:

Spreuken 10:4 4Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.

Spreuken 11:1 1Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.

Spreuken 22:26 26Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.

Spreuken 24:27 27Beschik uw werk daarbuiten, en bereid het voor u op den akker, en bouw daarna uw huis.

Mattheüs 5:37 37Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit den boze.

Romeinen 12:17 17Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen.

1 Korintiërs 10:31 31Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.

Kolossenzen 3:9-10 9Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken, 10En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

Kolossenzen 3:17 17En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.

2 Tessalonicenzen 3:10 10Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.

1 Timotheüs 6:10 10Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.

Jakobus 2:1 1Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →