Hard werken

Bijbels onderwerp · 26 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 90:17 17En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.

Spreuken 16:3 3Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.

Prediker 9:10 10Alles, wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw macht; want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar gij heengaat.

1 Tessalonicenzen 4:11 11En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben;

2 Tessalonicenzen 3:10-12 10Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete. 11Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende. 12Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende, hun eigen brood eten.

2 Tessalonicenzen 3:11 11Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende.

Genesis 2:15 15Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.

Spreuken 6:6 6Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;

Spreuken 12:11 11Die zijn land bouwt, zal van brood verzadigd worden; maar die ijdele mensen volgt, is verstandeloos.

Spreuken 12:24 24De hand der vlijtigen zal heersen; maar de bedriegers zullen onder cijns wezen.

Spreuken 13:4 4De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.

Spreuken 14:23 23In allen smartelijke arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.

Prediker 10:10 10Indien hij het ijzer heeft stomp gemaakt, en hij slijpt de snede niet, dan moet hij meerder kracht te werk stellen; maar de wijsheid is een uitnemende zaak, om iets recht te maken.

Lucas 1:37 37Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

1 Korintiërs 10:31 31Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.

Galaten 6:9 9Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.

Filippenzen 2:14-15 14Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken; 15Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;

Filippenzen 4:13 13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.

Kolossenzen 3:17 17En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.

Kolossenzen 3:23-24 23En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; 24Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient de Heere Christus.

1 Tessalonicenzen 4:12 12Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt.

1 Timotheüs 5:8 8Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.

2 Timotheüs 2:6 6De landman, als hij arbeidt, moet alzo eerst de vruchten genieten.

Kolossenzen 3:23 23En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;

2 Tessalonicenzen 3:10 10Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.

2 Tessalonicenzen 3:12 12Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende, hun eigen brood eten.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →